Sparta terug van weggeweest
'Rood
en wit gaat nooit verloren', zingt de aanhang van Nederlands
oudste voetbalclub uitbundig. En inderdaad. Na een moeizame
periode, waarin Sparta drie jaar lang op het hoogste voetbalpodium
ontbrak, lijkt de toekomst de club nu weer toe te lachen. Sparta
is terug in de Eredivisie! De promotie was het startsein voor
een nieuwe - hopelijk succesvolle - periode. Maar ook het startsein
voor forse aanpassingen van het stadion 'Het Kasteel'. De realisatie
van een professionele huiswasserij was daar één
van.
Het jaar 2002 zal de geschiedenisboeken van Sparta ingaan als een zwarte bladzijde.
Voor het eerst in zijn bestaan degradeert de club uit de Eredivisie. Er breken
zware jaren aan. "Er ontstonden financiële problemen", blikt
de commercieel manager Rik van Aalst terug, "en op een zeker moment was
de club min of meer klinisch dood."
In 2005 wordt de negatieve spiraal doorbroken. Sparta promoveert en schudt de
ellende van de laatste jaren van zich af. De promotie wordt niet alleen door
de trouwe supporters met gejuich ontvangen; heel voetbalminnend Nederland is
het erover eens dat de roodwit-gestreepte shirts thuishoren op het hoogste niveau.
Positief effect
Met
de terugkeer in de Eredivisie en de komst van een nieuwe trainer
werden er verschillende veranderingen doorgevoerd. Trainer Wiljan
Vloet wil de club terug in de wijk brengen en kiest ervoor het
eerste elftal bij Het Kasteel te laten trainen. Rik van Aalst
legt uit: "Daarvoor trainden alle elftallen, zowel de profs
als de jeugdelftallen, op het trainingscomplex Nieuw Terbregge.
Daardoor moest nogal eens heen en weer worden gereden en dat
bracht eigenlijk onnodige onrust met zich mee." Het idee
om het eerste elftal voor de trainingen weer terug naar Het
Kasteel te halen, was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Er moest
bijvoorbeeld een spelershome met keuken gerealiseerd worden,
een kantoor voor de technische staf, een medische ruimte én
een huiswasserij. Dat alles resulteerde in een enorme verbouwing,
die een paar maanden in beslag nam. "Maar het is het waard
geweest", beslist Rik van Aalst. "Het heeft echt een
positief effect op de rust in het elftal en de binding tussen
alle betrokkenen bij de club."
Aandacht voor kwaliteit
Het
realiseren van een huiswasserij was een van de projecten waarvoor
commercieel manager Van Aalst verantwoordelijk was. "En
ik heb helemaal geen verstand van wasmachines", maakt hij
meteen maar duidelijk. Samen met materiaalman Ben Wessels ging
hij daarom te rade bij andere voetbalclubs. De twee ontdekten
dat Electrolux bij een groot aantal clubs, waaronder topclubs
als PSV en Feijenoord, de wasmachines heeft geleverd. "En
zo kwamen wij ook bij Electrolux terecht. Daar hebben ze ons
prima geadviseerd en goed meegedacht over de uiteindelijke indeling
van de wasruimte." Van Aalst zegt het belangrijk te vinden
dat er ook bij zoiets triviaals als wassen, aandacht is voor
kwaliteit. Sparta staat voor een bepaald niveau en dat moet
door de hele organisatie terug te vinden zijn. "Die uitstraling
naar sponsors, spelers en supporters vinden wij nu eenmaal zeer
belangrijk." De was uitbesteden was daarom voor de club
geen optie. Los van het kostenaspect (uitbesteden is vrijwel
altijd duurder), wil Van Aalst niet afhankelijk zijn van derden.
"Je bent dan veel minder flexibel."
Visitekaartje van de club
Materiaalman
Ben Wessels is degene die dagelijks met de nieuwe machines werkt.
Jaarlijks verwerkt hij zo'n 60.000 kilo wasgoed. "Dat is
de wedstrijdkleding voor het eerste en het tweede elftal, voor
de A1, B1 en C1 en de trainingskleding voor het eerste en tweede
elftal", licht hij toe. "Daarnaast was ik de handdoeken
die gebruikt worden voor de fysiotherapie en incidenteel ook
kleding van bijvoorbeeld de terreinknechten."
Wessels is goed te spreken over de machines van Electrolux. Hij vindt ze eenvoudig
te bedienen en is enthousiast over de voorgeprogrammeerde programma's die zijn
afgestemd op de verschillende textielsoorten. "Maar het belangrijkste is
natuurlijk dat de was er schoon uitkomt. De kleding is het visitekaartje van
de club en voor sponsors is het belangrijk dat de bedrukking netjes blijft.
Dat lukt goed. Alleen slidingvlekken zijn soms moeilijk uit de broekjes te krijgen.
Ik heb dan ook het liefst dat ze in donkere broeken trainen."
Geen 'negen-tot-vijf-job'
Een
gewone werkdag begint voor een materiaalman al vroeg. Wessels
vertelt dat hij om half acht present is. De bakjes met trainingskleding
staan dan al voor iedere speler klaar. "Een speler hoeft
eigenlijk alleen zijn toilettas mee te nemen. Voor de rest zorg
ik; tot en met het ondergoed aan toe." Na het schoonmaken
van de kleedkamers wacht Wessels nog een aantal klussen. Ballen
oppompen, kleding wassen, drogen en vouwen. Ook voetbalschoenen
poetsen? "Nee, dat mag niet van de trainer. Die vindt dat
spelers zelf voor hun schoenen moeten zorgen. Dat is toch hun
belangrijkste materiaal."
In het weekend gaat het werk van de materiaalman vaak gewoon door. Bij een uitwedstrijd
reist hij al vooruit om ter plekke alle spullen klaar te leggen. "Nee,
dit is niet bepaald een 'negen-tot-vijf-job'. Ook een vakantie kun je niet zomaar
plannen. Ik zit echt vast aan het voetbalseizoen. Nu er voor het eerst rond
de kerst gespeeld gaat worden, zit een wintersportvakantie er dus ook niet in."
Wessels kan er wel mee leven. "Het is ontzettend leuk om bij een voetbalclub
te werken. En ik ben een echte Spartaan; ik kom hier al vanaf m'n vierde!"
Ambities
Die
liefde voor de club uit Spangen zit bij veel supporters diep.
Toch gaat het supportersgeweld, dat soms onlosmakelijk verbonden
lijkt aan 'ware' voetballiefde, aan Sparta voorbij. "We
zijn van oudsher een nette club", weet Rik van Aalst. "Ouders
met kinderen komen hier graag vanwege de familiaire sfeer die
er hangt. En veel voetballiefhebbers hebben sympathie voor ons.
Zijn bijvoorbeeld fan van Ajax of PSV, maar hebben toch een
zwak voor Sparta. Hoe dat komt? Ik weet het niet. Maar ik weet
wel dat we er alles aan doen om het karakter van Sparta zo te
houden. Je ziet ook dat sommige spelers enorm aan de club hechten.
Die kunnen misschien wel een treetje hoger, maar zullen ergens
anders nooit aarden." Over de ambities van de Rotterdamse
club is Van Aalst kort en duidelijk: "Ergens tussen de
zesde en twaalfde plek in de Eredivisie en leuk meedoen om de
Amstelcup." Om er dan nog aan toe te voegen: "Maar
af en toe een uitschieter naar de top drie zou natuurlijk fantastisch
zijn. Een mens mag toch blijven dromen?"
|